Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in Marengo-proces

ongeveer een maand geleden gepubliceerd

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in hoger beroep in het Marengo-proces. Deze stap wordt gezet in de zaken van zeven van de zeventien verdachten. Het beroep is ingesteld in zaken waarin de rechtbank verdachten deels heeft vrijgesproken en in zaken waarin het OM de opgelegde straffen te laag vindt.

Hoger beroep voor specifieke zaken

Het OM gaat onder anderen in hoger beroep in de zaken van Mao R. en Achraf B. Zij kregen straffen van respectievelijk 15 jaar en 8 maanden en 27 jaar, terwijl het OM levenslang had geëist. Ook wordt hoger beroep ingesteld tegen Zakaria A., Mohamed M., Zaki R. en Ricardo O.

Hoewel het OM tevreden is met de uitkomst van het Marengo-proces, geeft de zienswijze van de rechtbank op een aantal zaken en de hoogte van de straffen aanleiding tot het instellen van hoger beroep.

Volgen van hoger beroep

In de zaken van Ridouan Taghi en Mohamed R. volgt het OM het hoger beroep dat door de verdachten zelf is ingesteld. In het geval van Saïd R. wordt dit echter niet gedaan.

Hoger beroep in zaak kroongetuige Nabil B.

Het OM gaat eveneens in hoger beroep in de zaak tegen kroongetuige Nabil B., die conform de eis tien jaar cel kreeg. Dit heeft voornamelijk een procedurele reden. Door zijn overeenkomst met de Nederlandse Staat is de kroongetuige verplicht om verklaringen af te leggen bij de rechtbank en in hoger beroep bij het gerechtshof. Met het instellen van hoger beroep garandeert het OM dat het gerechtshof zich een oordeel kan vormen over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de kroongetuige en de rechtmatigheid van de met hem gesloten overeenkomst.